Mijn Slechte Voornemens

Ik kreeg een boekenbon en in principe vind ik dat altijd heel leuk. Alleen had ik deze keer vooral veel zin in kleding kopen. Daarom verzon ik een list. Een sluwe list, om mijn boekenbon in te wisselen voor keiharde knaken. Knaken die ik zou laten rollen in de kledingwinkel. Mijn plan was briljant en simpel tegelijk.

De boekenbon was 25 euro waard, dus ik zou een boek kopen voor 25 euro precies. Daarna zou ik een rondje lopen door de stad, ‘m terugbrengen en dan in een rechte lijn naar de kledingwinkel gaan. Bam! Briljant of wat!?

Het liep anders. In de boekenwinkel was geen enkel boek te vinden dat EXACT 25 euro kostte (en dat ook oke genoeg was om per ongeluk te moeten houden, mocht mijn plan mislukken.) Ik bleef maar zoeken en zoeken en toen ineens, toen ik het bijna had opgegeven, vond ik een boek van exact 25.00. Geen cent meer of minder. Dit was meant to be. Het was boek drie uit een serie van iemand die iets van ‘Knaus Karl Toverknarl’ heet. Zoiets. Het eerste boek heet ‘Zoon’ (te duur) en het tweede ‘Vader’ (te goedkoop) en het derde boek (perfect!) heet ook zoiets. Neefje ofzo. Het zou mij natuurlijk worst wezen hoe dat boek heette of waar het over ging, want het was mij puur om de doekoes te doen. Moehaha!

Zo gewoontjes mogelijk liep ik naar de kassa en schoof mijn boek op de balie. De mevrouw achter de kassa bekeek het eens en zei: “Ah, Knarreltoverkol, prachtig! Wat vond je van deel 1 en 2?”

Kak, mensen. Wat vond ik van deel 1 en 2? WAT VOND IK DAARVAN? Ik vond deel 1 te duur en deel 2 te goedkoop! DAT vond ik! Maar ja, dat kon ik natuurlijk niet zeggen. Liegen kon ook al niet, dus daar gingen we dan:

“Uh, die heb ik niet gelezen. Duuuhss.”
Mevrouw keek raar. “Maar dit is deel 3 he, had u dat gezien?”
Ik, met rare krasserige stem: “Jjjjaaaaaa…Gezien inderdaad.”
Mevrouw dramde door: “Zou je dan niet eerst boek 1 en 2 kopen?”
Ik kraste ongemakkelijk: “Nee?”
Stilte. Mevrouw ergerde zich zichtbaar.
Opeens bedacht ik me dat ik wèl honderd procent zeker wilde weten of ik ‘m kon ruilen. Straks zat ik met een boek over het neefje van Knauterklaas dat me NIKS interesseerde!
Ik, piepend nu: “Kan ik het boek nog ruilen?”
Mevrouw wilde het boek bijna bliepen, bliepte niet, kneep haar ogen tot spleetjes en zei:
“Als je ‘m niet wil moet je ‘m niet nemen he. Maar: ja, ruilen kan in principe.”

Nou, geloof mij maar: ik hoefde geen tasje en pakje en het was absoluut geen kadootje en DOEI ik stoof de winkel uit. WIE had dit rottige plan bedacht!? Hijgend stond ik op de stoep. Ik was een oplichter. Een crimineel! Geen haar op mijn hoofd die er over peinsde om nu ‘een rondje door de stad te maken en ‘m dan te ruilen‘. Het zou mijn einde betekenen.

Nu had ik echt een probleem. Ik was de jammerlijke eigenaar van Knausknakkers boek over Zijn Neefje en ik kon NOOIT meer als mezelf die verrekte boekwinkel in.

Twee dagen later schraapte ik al mijn moed bij elkaar. Ik deed mijn haar heul anders dan anders, ik had een rare jas aan, oefende mijn andere stem en exotisch accent en ging weer naar de stad. Daar patrouilleerde ik eerst een paar keer voor de winkel heen en weer om te zien of  ZIJ vandaag werkte. Toen ik zeker wist dat ze niet achter de balie stond, ben ik naar binnen gerend om mijn boek te ruilen voor geld.

Net op het moment dat ik het geld in mijn handen had, kwam ZIJ van achter uit de winkel naar voren gelopen. Ze zag me. Ik heb gerend voor mijn leven.