Mijn Hond VS. Mijn Chocola

-Speciaal voor Rolf-

Het was een lange dag geweest. Ik had hard gewerkt. En doorgezet. En ook nog eens weinig gesnoept. Ik had mijn dagelijkse stukje chocolade dus wel verdiend, vond ik zelf. Als ik mijn dagelijkse chocola echt-echt heb verdiend, maak ik daar altijd een mooi, officieel moment van. Zo deed ik dat ook vanavond.

Eerst zette ik thee. Daarna zocht ik in mijn goedgesorteerde theedoos een theetje uit dat bij mijn humeur paste. De thee en de chocola zette ik alvast op mijn salontafeltje. Daarna ruimde ik een beetje op in de kamer, pofte de kussen op en knipte de gezelligste lichtjes aan. Tevreden keek ik rond. Ik was klaar voor Het Moment. Ik was klaar voor mijn welverdiende chocola. Met een gelukzalige glimlach draaide ik mij om naar mijn salontafeltje.

En toen stond daar mijn hond. Pal achter mij. Guusje.
Ze keek mij aan met een vreemde, strakke blik. Gek; ze keek niet blij, niet boos, ook niet alsof ze uit wilde, of wilde spelen… Ze keek alleen maar. Veelbetekend haast. Ze bracht me een beetje van mijn stuk, eerlijk gezegd. Ik wilde eigenlijk net aan mijn chocolaatje beginnen….

Mijn CHOCOLA! O NO! Daar stond zij VLAK bij! In feite stond mijn onhygiënische, ongewenste hond er met haar natterige neus een paar centimeter vanaf. Ze zou toch niet… ze kon toch onmogelijk… Ze zou toch het gore lef niet hebben gehad om…?  Nu ik nog eens beter naar mijn vlooienbaal keek, viel mij ineens op hoe haar neus als een soort van pijl naar mijn chocola wees. En dat zij ook zo onnatuurlijk stokstijf stond. O. Nee. O NEE! Laat het niet waar zijn….

“Wat heb jij gedaan? Jij, brutale aap?” vroeg ik streng.
Guusje zei niets en bleef onbeweeglijk staan.
En toen had ik een ENORM dilemma.

Wat moest ik doen? Ik had niet GEZIEN dat ze aan mijn chocola had gelikt. Ik had geen camerabeelden, kon niets hard maken. Ik had geen bewijzen die in een rechtbank overeind zouden blijven. En toch had ik sterrrrrk het vermoeden dat mijn hond zojuist aan mijn chocola had gelikt. Gelebberd! Gekwijld! Mijn maag keerde zich om. Ik keek koortsig op mijn horloge. Takke. De winkel was dicht. Ik kon geen nieuwe chocola kopen. Och kerm. Wat nu!

Met twee vingers pakte ik mijn chocola voorzichtig van de tafel. Ik keek er van heel dichtbij naar. Ik zag dat de chocola niet overal meer netjes glansde. Een hoekje was een beetje dof. Was dat een likspoor? Een hondentongafdruk? Of mijn eigen zweterige handjes? Ik vroeg met nadruk nogmaals om opheldering bij mijn hond. Tjonge, wat een creepy mysterieus beest was zij ineens zeg.

Nou ja. Dus.
Om een lang verhaal kort te maken: Ik heb ‘m opgegeten. (De chocola. Niet de hond.)
Ik bedoel, kom op: we hebben het hier wel over mijn welverdiende dagelijkse chocola!

Zucht.
Ik voel me vies.