Mensen op sleetjes

Mensen op sleetjes. Die zijn helemaal mijn ding. Kijk: de meeste momenten in de winter breng ik bibberend, klappertandend of jankend door (of juist onder een hete douche, tussen de spijlen van de verwarming of met mijn handen in een kaars) maar voor het bezichtigen van mensen op sleetjes maak ik een uitzondering…
Daar ga ik voor naar buiten

Heus waar. Vrijwillig. Want een mens is, zodra hij plaatsneemt op een sleetje, meteen AL zijn waardigheid kwijt. En dat mag ik wel. Het maakt niet uit wie er gaat zitten, het werkt bij ie-der-een. Of je nou een lijsttrekker op een sleetje zet of je strenge moeder, allebei zijn ze -zodra kont sleetje raakt- ineens niet meer zo gewichtig,

Ook zo leuk: iedereen reageert hetzelfde alstie eenmaal zit. Als men dan toch zit, en die helling is daar, dan wil men ineens ook  Indrukwekkend Afdalen. Er moet geracet worden! Er moet met een rotvaart de berg afgesuisd worden! Hatseflats en kletsverderrie die berg af! De omstanders helpen driftig mee door DRIE! TWEE! EEN! GOOOOOO! te roepen, en daarmee start wat ik graag noem ‘Fase 1 van het sleetjerijden. Het Gewiebel.’ 

De tijd loopt, de bloeddruk stijgt, de wil is er, er mag gesleed worden, maar er gebeurt niks! Hij gaat niet! Wiebelwiebel! Er komt stress. Het wordt heet onder het mutsje. Meer wiebels. Kakkerdekak. Gestresste blik naar andere deelnemers. NEE! Die zijn al op gang! De sleetjerijder heeft een zetje nodig en wel NU! Help! roept ‘ie schor. Na een heel stevige duw en nog twee wiebels is het sleetje dan vertrokken. Fase 2 breekt aan…

Met een vaart van stront door een zeefje gaat het naar beneden. Om de stilte onder de toekijkers te vullen, steekt de sleetjesrijder op dit punt vaak een vuist in de lucht en roept iets van: “Woohooo.” Hij is dan ongeveer vijf stappen verwijderd van zijn startpunt en lijkt nog het meest op een dikke trage pad op een lelieblad. Tijd voor Fase 3. Het Maaien, want tot zijn schrik ziet de sleetjesrijder ineens dat een ander ietsje harder gaat. O afgang! De sleetjesrijder vergeet opleiding, leeftijd en gemeten IQ en begint als een malle met zijn armen en benen door de lucht te zwaaien. ‘Vaart maken’, in vaktermen. Op dit punt krijgt de sleetjerijder prikzweet in zijn nek en wordt de vrolijke sjaal ineens niet meer gewaardeerd. Maar dan ineens komt de vaart erin. Eindelijk. Het GAAAAAAAAAT! Hoe heerlijk! Het gaat!
En dan is het tijd voor fase 4.

AFREMMEN! Ja, want dat was de baan alweer, ik bedoel, het is wel het heuveltje achter de Jumbo waar we het over hebben, en de sleetjesrijder gaat nu -door al dat gemaai- net ietsje te hard en hij wil niet vallen en daar komen de prikkelbosjes alweer en HUPS! Zo eindigt het sleetjerijden met fase 5: Plat Op Je Smoel In De Ijskouwe Sneeuw.

Wie denkt dat dat het ergste was: hierna moet de sleetjesrijder bergopwaarts door de sneeuw ploeteren om zijn sleetje weer bovenaan dat rotheuveltje te krijgen.

‘t Zou eigenlijk verboden moeten worden.