Hypocriet

Net als iedereen vind ik het natuurlijk ook vreselijk / ECHT niet kunnen! / belachelijk dat er in september al pepernoten in de winkel liggen. Tsss, najaaaa zeg! In september! Dat meeeen je toch niet!

‘Mensenkippies,’ roep ik met alle schoolpleinmoeders mee, ‘ik ben net terug van vakantie! Heb het Franse stokbrood nog tussen mijn tanden!’ En daarna joel ik ook nog: ‘Gaan ze volgend jaar na Pasen direct door met de pepernoten ofzo! KREEEZIE dit!’ En hoofdschuddend staan wij dan op het schoolplein; mijn populaire mening en ik.

Maar als ik vervolgens in de supermarkt kom, heb ik het zwaar. Want heel diep in mijn hart denk ik zodra ik mijn campingserviesje weer in de schuur heb staan: Goh… Een pepernootje of twee/drie zou er best ingaan…
Maar ja. Dat hoort niet. Als je die mening hebt, dan lig je er uit op het schoolplein. Bij thuiskomst van vakantie moet je:
1. Eerst opruimen
2. Dan je kinders naar school brengen voor hun eerste dag
3. Daarna ga je voor het eerst weer naar de winkel.
4. En daarna ga je mekkeren over pepernoten.

Zo heurt het, en zo doen wij dat allemaal al jaren.

Dus loop ik de hele maand september dat welriekende pepernotenpad voorbij. Voorbij de gewone pepernoten (zo bros en kruidig) en de chocoladepepernoten (zo vrolijk in drie kleurtjes). Voorbij de pepernoten in een glanzend jasje van enkel witte chocolade (NIEUW!), en voorbij de gewone-pepernoten-in-een-puntzak-met-snoepjes-erbij. Daarna, als laatst, sleep ik mijzelf kwijlend voort langs de truffelpepernoten, met hun poederige looks en hun ziekelijke aantal calorietjes.

Als ik dat pad zonder te zwichten door ben gekomen, ga ik over het algemeen recht op mijn doel af. Speculaas. Ik heb namelijk ontdekt dat speculaas praktisch hetzelfde smaakt als pepernoten. Alleen de vorm is anders. En het beste van alles: Je hoort nooit mensen met heftige meningen over speculaas. Speculaas is zo neutraal als Zwitserland in de Tweede Wereldoorlog. Als je speculaas eet, draag je niet direct heel heftig een mening uit over de hele NU AL!?-kwestie. Je eet gewoon een koekje. En het kan niemand wat schelen. Dus in de Verboden Voor Pepernoten-maand september, sta ik om de haverklap speculaasjes in mijn mandje te laden. En als ik dan thuis vrijwel alle speculaas opgeknaagd heb, fiets ik met volle mond naar school.

En bij het hek zeg ik dan, met de korrels nog om mijn smoel, tegen mijn mede-moekes:
JEMIG, dit ga je niet geloven. Er liggen gewoon al PEPERNOTEN in de winkel! Zijn ze helemaal gek geworden! Ik ben er nog laaaang niet aan toe, jij wel!?