Fun met de Fotograaf

Sinds afgelopen weekend heb ik ontzettend veel respect voor het beroep van familiefotograaf. ONmogelijk, zijn taak. Hij moet zorgen dat enorme families -met mensen van verschillende lengte, bereidwilligheid en fotogeniekerigheid- allemaal tegelijk lachen, tegelijk dezelfde kant op kijken en tegelijk stoppen met melig wezen. Dat is toch statistisch gezien onmogelijk!?

Wij stonden klaar in de tuin. Bij de meeste familiefoto’s komt hier de klad er al in; bij het stuk dat iedereen klaar moet staan in de tuin. Er zit er namelijk standaard een vader op het toilet, een nichtje krijgt de deur van de badkamer niet meer open -wat DEED jij überhaupt daar- een tante zit heel geheimzinnig te kolven in de bezemkast en een oom rent in zijn blote billetjes voor zijn mama uit, die met een kwaad gezicht met een luier aan het zwaaien is. Zei ik ‘oom‘? Ik bedoelde neefje. Anyway, dat hadden wij dus niet. Wij stonden allemaal in de tuin. Hoppa! Met vijf graadjes boven nul, zonderrrr onze lelijke winterjassen, maar gewoon in onze schattige shirtjes en met onze leuke opgetrokken schoudertjes, klapperende tandjes en blauwe neusjes. Alles voor de fotograaf!

Kijk, bij ons ging het vanzelfsprekend in èèn keer goed, maar laat me je vertellen dat dat meestal niet het geval is. Meestal heb je in zo’n veertigkoppige familie ten minste twee a drie personen die niet kunnen lachen. Ja, wel als er wat leuks gebeurt, maar niet als zij een fototoestel hebben gedetecteerd op het terrein. Dan ineens niet meer. Dan staan ze harkerig te klunzen voor de camera en zegt de fotograaf  ‘cheese’, dan komt er een GRIMAS op die koppen… nou, die is alleen voor 16 jaar en ouder. Dat beeld blijft je nog jaren bij. Door die afstotelijke smoelen gaan de kleintjes brullen en als de fotograaf vervolgens boven het kabaal uitjankt: ‘Ik smeek het je, LACH!’ dan sissen deze lachebekjes kneiterchagrijnig: ‘Ik LACH TOCH MAN!!’.

En de rest, ja, die lacht wel. Juist door die verbeten koppen. (Afgezien van de kleintjes he.) Maar het probleem met de rest is, dat zij weer te hard lachen. Zij lachen ZO IDIOOT HARD om die anderen, dat ze heel lelijk hun hoofd in hun nek gooien, met van die open kelen met wiebelende huigjes achterin, en dat mag OOK weer niet. Want als de fotograaf dán cheese zegt, hangen zij net jankend van de lach tegen elkaar aan, met veel spuug en consumptie, rondvliegende haren, rare hoge wenkbrauwen, tranen en snot en zo’n sneu lichaam in de ‘hou op of ik pis-stand’. Zo komen zij uiteindelijk onbedoeld NOG lelijker op de foto dan de ‘lachebekjes’ van daarvoor.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de andere heel gangbare zaken zoals broertjes die bij de ‘KLIK!’ ineens besluiten mekaars hersens in te slaan, camera’s/opa’s die op het moment suprême omvallen, dat de fotograaf tegen jou en je oom zegt: pak je vriendje maar lekker vast, de standaard ruzie over wie er over dwars vooraan moet gaan liggen en nog veel ergere dingen..
Echt waar, wát een beroep. Als jij nog eens een fotograaf tegenkomt, glimlach dan naar die arme man. En doe je echte glimlach maar. Die ziet het arme schaap niet zo vaak.