De Drol Die Je Altijd Al Wou

Zes werd ze. En ze wilde al maanden een drol. Een mooie, grote, bruine drol. Maar het mocht niet van ons. Al die lange maanden lang mocht ze geen drol. Geen grote, geen kleine en zelfs niet een mini-baby-drollie aan een sleutelhanger! Tsss. Ze snapte werkelijk niet waar we zo moeilijk over deden. En toen was ze jarig.

Met de post kwam -zoals elk jaar- een kaart met vijftien knisperende euro’s. Toen Snaakje belde om haar overgrootoma te bedanken voor de kaart en het geld, vroeg overgrootoma natuurlijk wat Snaakje van dit prachtige bedrag wenste te kopen. Juichend riep Snaakje in de telefoon: EEN DROL-KUSSEN! Oma was even van haar stuk gebracht. Een wat? Snaakje legde het uit. Van jouw geld wil ik een kussen kopen met een gezichtje en het kussen is een poep! Haha! EEN POEP! Leuk he!’
Het leek mij sterk dat oma dit in gedachten had gehad bij het verzenden van de kaart.

Meteen de dag erna gingen wij op zoek naar een drol. We vroegen overal ‘verkoopt u ook drollen?‘ maar hadden geen succes. Tot de laatste winkel, waar eindelijk iemand iets anders antwoordde dan: ‘WAT!?’
“Ik zal even in het magazijn kijken, of er nog eh… eh…je weet wel. Ik heb wel alleen nog XL…zeg maar.”  Ik verslikte me en riep met overslaande stem achter hem aan ‘Laat dan maar zitten hoor, XL hoeft ECHT niet!’ maar Snaakje had haar geld al op de balie gekwakt.

Een kussen. In de vorm van een drol. Met een gezicht. Ver-Schrik-Ke-Lijk. Doe je zo je best om een kamer te stylen en dan maakt je kind het wel even af met een finishing DROL in een hoekje. De meneer kwam terug uit het magazijn. Hij sleepte een joekel van een drol mee. De drol glimlachte opgetogen. Ik jankte. Deze drol was niet groot. Hij was ENORM.

DERTIEN (!) euro lichter liep jarige Snaakje intens gelukkig met haar gloednieuwe drol-met-glimlach over straat. Ze hield ‘m met zijn blije smoel naar voren, waardoor mensen al van verre werden aangestaard door onze nieuwe bruine aankoop. Ik schuifelde er een beetje half achteraan. Toen we op de fiets stapten mocht de drol van de jarige voorop de fiets. “Laat hem niet vallen mama, dan wordt hij vies!”
Och inderdaad, het zal toch gebeuren dat een dról vies zou worden! Vreselijk! Kreunend fietste ik naar huis.

De drol ligt nu te prijken op haar bed. Elke keer als ik haar kamer binnenkom, schrik ik me rot.
Maar elke keer als zijzelf haar kamer binnenkomt, is ze zo trots en ontroerd en blij met haar drol, dat ik er bijna gelukkig van zou worden.

Bijna.

(Ik bedoel, we hebben het hier wel over een drollekussen.)